
Vanuit de Vlaamse overheid wordt ingezet om steden en gemeenten meer slagkracht te geven teneinde retailers te ‘clusteren. Hiertoe bepaalt het Decreet van 15 juli 2016 betreffende het Integraal Handelsvestigingsbeleid dat voor een winkel van meer dan 400 m² netto handelsoppervlakte bij de omgevingsvergunningsaanvraag een (socio-economisch) dossier dient te worden toegevoegd. O.b.v. 4 categorieën dient te worden uiteengezet wat het winkelassortiment zal zijn.
De overheid toetst het (socio-economisch) dossier aan de doelstellingen, bepaald in het Decreet van 15 juli 2016 betreffende het Integraal Handelsvestigingsbeleid, met name:
1° Het creëren van duurzame vestigingsmogelijkheden voor kleinhandel, met inbegrip van het vermijden van ongewenste kleinhandelslinten;
2° Het waarborgen van een toegankelijk aanbod voor consumenten;
3° Het waarborgen en versterken van de leefbaarheid in het stedelijk milieu, met inbegrip van het versterken van kernwinkelgebieden;
4° Het bewerkstelligen van een duurzame mobiliteit.
O.b.v. ervaring in de praktijk bleek immers dat bij vergunningsaanvragen o.a. de restcategorie 4 ‘Andere producten’ te ruim was opgevat. Deze categorie omvat winkels met sterk verschillende bezoekersfrequenties en mobiliteitseffecten, wat de complementariteit met de winkelkernen niet tegoed kwam. Er werd dan ook gesleuteld aan het oorspronkelijk Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid.
Het Decreet van 7 juli 2023 wijzigde daarom het Decreet van 15 juli 2016 betreffende het Integraal Handelsvestigingsbeleid en het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat betreft de vergunningsplicht voor kleinhandelsactiviteiten.
Op 12 januari 2024 heeft de Vlaamse Regering ondertussen de datum van inwerkingtreding van artikel 4 en 6 van dit wijzigingsdecreet vastgelegd op 4 maart 2024.
Wat is nieuw (belangrijkste wijzigingen)?
🪚Geen 4 maar 6 categorieën (artikel 4):
Tot en met 3 maart 2024 gelden er 4 categorieën van kleinhandelsactiviteiten, vanaf 4 maart 2024 worden dit er 6. De nieuwe categorieën zijn nu de volgende:
1° verkoop van voeding;
2° verkoop van goederen voor persoonsuitrusting;
3° verkoop van planten, bloemen en goederen voor land- en tuinbouw;
4° verkoop van vervoers- en transportmiddelen;
5° verkoop van volumineuze goederen die niet vallen onder de categorieën, vermeld in punt 1° tot en met 4°;
6° verkoop van niet-volumineuze goederen die niet vallen onder de categorieën, vermeld in punt 1° tot en met 4°.
Volumineuze goederen worden daarbij gedefinieerd als die goederen waarvan de som van de hoogte, de breedte en de diepte minimaal 2,5 meter bedraagt. Voorbeelden van volumineuze goederen zijn (middel)grote meubels en elektrotoestellen (TV,s, koelkasten,..), ramen en deuren, trappen, maar ook grote planken en platen en andere grotere bouwmaterialen.
Voor retailers die een vergunning bekwamen onder categorie 4 ‘Andere producten’ werd een overgangsregeling voorzien. Er dient geen nieuwe vergunning aangevraagd te worden voor zover het assortiment niet dusdanig wijzigt. Hun aanbod wordt wel van rechtswege toebedeeld aan de nieuwe categorieën.
🪪(Bijkomende) Vergunningsplicht (artikel 6):
Er komt een bijkomende vergunningsplicht voor het opsplitsen van grotere winkeloppervlaktes (groter dan 400 m² netto handelsoppervlakte). Het is het idee van de wetgever (na hierover o.a. geadviseerd te zijn geweest door Vlaio) dat dergelijke opsplitsingen een belangrijke impact hebben op de mobiliteitsgeneratie en op de complementariteit met de kern.
Een aantal specifieke kleinhandelsactiviteiten zullen worden uitgesloten van de vergunningplicht, met name apothekers, tankstations en elektrische laadstations en veilinghuizen.
Verder zijn de volgende wijzigingen nog voorzien, doch is het nog wachten op inwerkingtreding van deze nieuwigheden:
🏬Verfijning van een aantal definities:
De definities van kleinhandelsbedrijf en handelsgeheel worden gewijzigd.
Een kleinhandelsbedrijf wordt omschreven als een handelszaak waar niet alleen volledig maar ook gedeeltelijk goederen aan de consument kunnen worden verkocht. Denk bijvoorbeeld aan groothandelaars, gemengde winkels waar niet alleen goederen maar ook horeca wordt uitgebaat,…
Een handelsgeheel wordt nu omschreven als een geheel van kleinhandelsbedrijven binnen eenzelfde gebouw of in aaneengesloten bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen samen verkregen werd, ongeacht of:
a) de kleinhandelsbedrijven zich op één perceel of op elkaar aansluitende percelen bevinden;
b) dezelfde persoon de ontwikkelaar, eigenaar of uitbater van de klein-handelsbedrijven is.
Een handelsgeheel kan aldus in verschillende vormen voorkomen. Een traditioneel shoppingcenter, de gelijkvloers van een appartementsgebouw met verschillende handelsunits, verschillende retailunits op een grote projectsite,…
👮♂️Extra handhavingsmogelijkheden:
Naast de politiezone zal ook de gemeente of een intercommunale, op vraag van de gemeente, de handhaving op omgevingsvergunningen voor kleinhandel op zich kunnen nemen. Zo krijgt de gemeente meer mogelijkheden om in te grijpen bij schendingen van de vergunningsplicht of -voorwaarden.
In ieder geval werden de aanvraagformulieren W1 (kleinhandelsactiviteiten) en E1ter (mobiliteitstoets detailhandel) voor de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten op basis van het wijzigingsdecreet dan ook aangepast.